SHNI Nieuwsbrief 5 - juni 2003 - Verslag
Studiedag SHNI
Interieurschilderingen
Nijsinghhuis Eelde, bij Groningen
9 mei
2003
De zogenoemde 'metamorfose', waarbij interieurs een geheel ander uiterlijk krijgen aangemeten, is een van de leukste concepten die de televisiecultuur van de afgelopen jaren heeft opgeleverd. Opnamen en foto's van 'voor' en 'na' laten daarbij steevast zien hoe radicaal verandering kan zijn. Voor veel mensen is de nieuwsgierigheid naar hoe een bijeengeraapt zootje een al dan niet stijlvol geheel wordt vaak voldoende om de rest van het programma voor lief te nemen.
Op de door de Stichting georganiseerde studiedag die op 9 mei in het Drentse Eelde gehouden werd, passeerden ook heel wat 'voor'- en 'na'-afbeeldingen de revue. Hier ging het echter niet om opgefriste doorzonwoningen, maar om monumentale gebouwen die van eigentijdse interieurschilderingen waren voorzien. De keuze voor Eelde als locatie was niet toevallig. Hier staat namelijk het van oorsprong 17de-eeuwse Nijsinghhuis dat op initiatief van de huidige bewoners, het echtpaar Van Groeningen-Hazenberg, de afgelopen twee decennia van interieurschilderingen is voorzien door onder andere Matthijs Röling en Wout Muller. Een bezoek aan dit huis was het laatste programmaonderdeel van de studiedag. Hieraan voorafgaand gaven vijf sprekers een beeld van verschillende visies over en toepassingen van eigentijdse interieurschilderingen in monumentale gebouwen.
Nadat voorzitter Barbara Laan de ongeveer dertig aanwezigen welkom had geheten in Herberg 't Oude Gemeentehuis (over gedaanteverwisselingen gesproken), leidde mevrouw Van Groeningen-Hazenberg de dag toepasselijk in door in het kort de geschiedenis van het Nijsinghhuis en de daarin aanwezige interieurschilderingen te vertellen. Kernachtig vatte zij daarbij het standpunt dat haar en haar echtgenoot voor ogen stond samen als 'de opdracht om iets waardevols aan je huis toe te voegen'.
Het verhaal dat Steven de Clerq vervolgens vertelde was een mooie illustratie van dit uitgangspunt. De Clerq bewoont met zijn gezin het huis Herteveld in Maarssen, dat bij aankoop in de jaren zestig compleet was uitgewoond door een zeilmakerij. Een ingrijpende restauratie was dan ook nodig.De afwerking van de woonkamer, de 'zaal', bleef aanvankelijk liggen. Uiteindelijk werd in samenspraak met decorschilder Benno de Vries besloten de 18de-eeuwse stucdecoratie in de gang als uitgangspunt voor de nieuwe wandbespanning te nemen. Het overnemen van de maatvoering en de ornamentiek van het stucwerk creëerde een vanzelfsprekende eenheid. Door de toepassing van een blauw fond en geschilderde dieren en stillevens op onverwachte plaatsen ontstond een intrigerend geheel.
Van een heel andere aanpak getuigen de voorlopige ontwerpen
van de kunstenaars Henri Jacobs, Fransje Killaars en Claudy Jongstra voor het
vernieuwde Catshuis, ambtswoning van de minister-president. Volgens de spreker,
architect J.M. Homan is dit huis de laatste jaren eigenlijk niet meer dan een
'Palladiaanse boerderij met bric-á-brac-inrichting'. Aan de hand van een
virtuele rondgang door het gebouw nam Homan de aanwezigen mee op een tocht die
ver buiten de gebaande paden ging. De rondlopende kleurenbanen van textiel in
warme tinten en de schilderingen in Ruysdael- en Vermeer-tinten hadden een
zichtbaar enthousiaste stemming onder de aanwezigen tot gevolg.
Buiten viel
intussen de regen gestaag.
Vervolgens hield kunstenares Mynke Buskens een boeiend verhaal. Zij vertelde over de wandvullende potloodtekeningen die ze voor een van de kamers van haar huis in Hurwenen heeft gemaakt. Haar aanvankelijke idee om een idyllisch landschap te maken, liet ze los nadat ze tot het besef kwam dat ze dat landschap al hád. Ze hoefde alleen maar naar buiten te kijken. Uiteindelijk tekende ze in vogelvluchtperspectief een landschap dat een stad suggereert, maar in werkelijkheid bestaat uit vergrote details van het moederbord van een computer. Tijdens haar verhaal ging een schaalmodel van de kamer, gevat in een houten doosje, van hand tot hand.
Ten slotte was het woord aan Frans van Burkom, die de
problematiek schetste van naoorlogse interieurschilderingen in gebouwen die
voorheen een openbare functie hadden, die nu met sloop bedreigd worden. Vaak
ondergewaardeerde en nauwelijks bekende schilderingen dreigen daardoor te
verdwijnen. Zijn verhaal was een mengeling van heroďek en tragiek, van
vernuftige oplossingen en radicale verdwijning en stemde tot nadenken.
De zon
was inmiddels doorgebroken.
Een beter moment voor de bezichtiging van de mooie tuin van het Nijsinghuis en het daar ingepaste Museum De Buitenplaats was nauwelijks denkbaar. Een mooie opmaat naar de 'grande finale' van de dag: de bezichtiging van de beschilderde kamers in het Nijsinghhuis. Met de bevlogen mevrouw Van Groeningen-Hazenberg als gids werd een tocht door het huis gemaakt. Nadat de aanwezigen tenslotte het erotische kabinet bewonderd hadden, door de in 2000 overleden schilder Wout Muller van zinnenprikkelende beschilderingen voorzien, schoof Mevrouw Van Groeningen een luik open. Een geschilderde boom bleek een echt bestaande wederhelft te bezitten. Een mooier slotakkoord had deze bijzondere dag zich niet kunnen wensen.
Johan de Haan